Een onjuiste mededeling en een (on)juiste kennisgeving

 

 

Op 5 februari 2021 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen dat relevant is voor u als volmacht en ons als verzekeraar.  

 

Zoals u weet moet de verzekeringnemer aan de verzekeraar bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst alle relevante gegevens kenbaar maken op grond van de mededelingsplicht. Als de verzekeringnemer zich niet houdt aan de mededelingsplicht en de verzekeraar dat ontdekt, dan moet hij de verzekeringnemer binnen twee maanden na die ontdekking informeren. Dat is de kennisgevingsplicht. Hoewel de mededelingsplicht van de verzekeringsnemer en de kennisgevingsplicht van de verzekeraar nauw met elkaar zijn verbonden, zien we meestal de mededelingsplicht en de gevolgen van schending daarvan de revue passeren in de rechtspraak. In het genoemde arrest stond de zogenaamde kennisgevingsplicht van de verzekeraar centraal. 

 

In een notendop ging deze zaak over het volgende. De verzekeringnemer was sinds maart 2006 vermist en zijn stoffelijk overschot werd jaren later gevonden. Kort na de vermissing is het faillissement van de praktijkvennootschap van de verzekeringnemer uitgesproken. Aan de hand van het faillissementsverslag ontdekte de verzekeraar dat de schulden van de verzekeringnemer hoger waren dan hij aan de verzekeraar had medegedeeld. De verzekeraar stuurde kort na de ontdekking een brief aan de curator en riep de vernietiging in van de verzekeringsovereenkomst. De erfgenamen klopten bij de verzekeraar aan voor de uitkering uit hoofde van de overlijdensrisicoverzekering, maar deze weigerde tot uitkering over te gaan.

 

De erfgenamen lieten het er niet bij zitten en er werd geprocedeerd tot aan de hoogste instantie, de Hoge Raad. De Hoge Raad volgde het oordeel van het Hof. De verzekeraar had met de brief die gericht was aan de curator, niet voldaan aan de zeer formele vereisten van de kennisgevingsplicht. Het gevolg daarvan was dat de verzekeraar zich ook niet meer kon beroepen op de niet-nakoming van de mededelingsplicht. De verzekeraar moest dus tot uitkering aan de erfgenamen overgaan.

 

Wat had de verzekeraar moeten doen om te voldoen aan de kennisgevingsplicht? Hoewel de verzekeringnemer vermist was en de verzekeringnemer de brief daarom niet zou lezen, had de verzekeraar de kennisgeving toch moeten verzenden aan het laatst bekende adres van de verzekeringnemer. De verklaring werkt namelijk vanaf het moment dat deze de verzekeringsnemer heeft bereikt, ofwel als de kennisgeving is afgeleverd op het adres van de verzekeringnemer. Het klinkt misschien een beetje gek, maar de verzekeringnemer hoeft niet daadwerkelijk kennis te hebben genomen van de kennisgeving.

 

In het geval van overlijden van de verzekeringnemer, moet de verzekeraar de kennisgeving versturen aan de erfgenaam of erfgenamen. Deze zijn namelijk de rechtsopvolgers van de verzekeringnemer. Deze kennisgeving moet ook worden verstuurd aan het laatst bekende adres van de verzekeringnemer, tenzij de erfgenamen een ander adres hebben opgegeven.

 

Voor de goede orde, de mededelingsplicht en kennisgevingsplicht zijn in het Burgerlijk Wetboek te vinden in de afdeling algemene bepalingen van de verzekeringsovereenkomst. Hoewel het in dit arrest om een overlijdensrisicoverzekering ging, is het oordeel van de Hoge Raad dus ook van toepassing op schadeverzekeringen.

 

Kortom, de verzekeraar moet bij levens- en schadeverzekeringen voldoen aan de zeer formele vormvereisten van de kennisgeving zoals wettelijk vastgelegd en bevestigd door de Hoge Raad. De verzekeraar die ontdekt dat aan de mededelingsplicht niet is voldaan, kan de gevolgen daarvan alleen inroepen als hij de verzekeringnemer (of diens rechtsopvolgers) binnen twee maanden na de ontdekking daarvan op de niet-nakoming wijst onder vermelding van de mogelijke gevolgen.

 

Het is dus oppassen geblazen bij het doen van een kennisgeving van verzwijging.

 

Dat is gemakkelijk gezegd of geschreven, maar er gaat bij het doen van mededelingen aan de verzekeringnemer in zijn algemeenheid wel vaker wat mis. Dat is voer voor een volgende juridische bijdrage in de nieuwsbrief.

 

Voor wie het arrest wil nalezen: dit is te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR:2021:178.

 

Als u in het kader van onze samenwerking vragen heeft met betrekking tot de mededelingsplicht of kennisgevingsplicht, stelt u deze dan gerust.

 

mr. Martine van Oorsouw-Hofhuis is bij Rhion werkzaam als Legal Counsel en te bereiken via m.vanoorsouwrhion.nl.